- I -

een vloek
verschuilt zich
in een luchtbel

onzichtbaar
nonchalant
het waait aldoor
en eb
en vloed
door ingeslagen ramen
het waait aldoor
en groen
absurd
en pijnlijk
een groene fles
geboren uit begeerte

Zoe D. Cochia

 

- II -

als een
vraatzuchtige
roofvogel
klauwt de boom
herfstachtige dichtregels
de aarde in

de nacht wordt licht
ik ben een boom
mijn mond vol oostenwind
proeft bitter het verleden

onder mijn blik
vallen
versteende illusies
in stukken
uiteen

verkruimelen
in perpetuum

het druppelt
uitgezongen bladeren -
vergeten sprookjes
uit vermoeide takken.

onbeschut
winterblauw

ik kan nergens heen

Zoe D. Cochia