BEELDTAAL EN FILMANALYSE

Met dank aan Hans Timmerman, docent "Beeldtaal en filmanalyse"

RECENSIE VOLVER

door Zoe D. Cochia

HUKKLE
een film van Gyorgy Palfi

door Zoe D. Cochia

Het verhaal van de film lijkt simpel en presenteert zich bescheiden, onder triviale omstandigheden: ergens op het Hongaarse platteland vergiftigen de vrouwen hun mannen, kennelijk in een samenzwering. Dit is het zichtbare verhaal; de vraag is of het eigenlijke verhaal zich niet afspeelt onder de oppervlakte, en verborgen is in de beelden die Gyorgy Palfi ons toont.

Het kwaad ontwikkelt zich in het trage tempo van het landelijke leven. Net als de slang, dicht op de huid gefilmd, waarmee de film begint en waarin ik een verwijzing naar de zondeval zie. Het beeld van de slang wordt vervangen door een trein in de verte, vervolgens door de close-up van een fietsband die qua structuur doet denken aan de slangenhuid. Dit beeldrijm speelt door de hele film een belangrijke rol en is sterk verbonden met wat je geluidsrijm zou kunnen noemen. Daarnaast speelt de cirkel een belangrijke rol. De slang in een cirkel, het ronde fietswiel, ronde machineonderdelen, de schapen – tegen het eind van film – in een rondtollende cirkel.

Er is geen dialoog in de film, maar ook geen stilte. De geluiden van het dorp krijgen een prominente rol in de film en vertalen de dynamiek van het dorp. De regisseur zoomt in op de kleinste wezens, een lieveheersbeestje, insecten en werkbijen, neemt dan weer afstand zodat “de grote wereld” in beeld komt, die eigenlijk onze eigen perceptie van de wereld is. Zo zien we schaapswol van heel dichtbij, het schaap, de kudde en de herder. Palfi’s beelden zijn steeds gelaagd: een jonge herderin idyllisch en sensueel tegen een boom geleund. Door oordopjes luistert zij naar een walkman of mp3-speler – de moderne tijd dringt zich op Zij speelt met een lieveheersbeestje dat over haar lichaam kruipt. Van achter een boom bespiedt een oudere man haar. Verleiding en een verwijzing naar Pan en de Sater? Uiteindelijk vliegt het lieveheersbeestje weg en landt op de neus van man.

Het is lente, we zien de natuur in versnelde beelden ontwaken. Wij nemen de natuur op en de natuur neemt ons op. We maken kennis met de ooievaar; in de Oost-Europese cultuur een mystieke, bijna heilige vogel. De vogel die leven brengt, die sociaal is en met de mens kan cohabiteren, maar ook een andere kijk op de wereld heeft. Onmiddellijk na de beelden van de ooievaar toont Palfi het dorp vanuit helikopterview, of liever door het oog van de ooievaar. Een associatieve beeldovergang, zoals er veel zijn in deze film. Er zijn ook overgangen die gebaseerd zijn op een knap beeldrijm via close-ups van structuren die zich elders herhalen. Sommige sequenties bevatten korte en soms dubbele verhalen. De film gaat uiteindelijk over leven en dood, soms wordt daarnaar uitdrukkelijk gerefereerd, de ballen van de beer en hoe hij de zeug bestijgt onder de goedkeurende blikken van de boer en de boerin. Later zien we de weg van de tarwekorrels, die met mannelijke zaadcellen geassocieerd kunnen worden, en enorme schudmachines die doen denken aan de bewegingen tijdens “de daad”.

Tussen al deze beelden speelt zich het verhaal van de vergiftigingen af. Een soort tragikomische parodie op Agatha Christie’s moordverhalen, maar nu als een stil vertelsel, gecombineerd met humor en techniek à la Jacques Tati, met de varkens en eenden van Kusturica, en soms tegen een achtergrond van populierenbosjes zoals ze voorkomen in Oost-Europese en Russische films.
De verbinding met Agatha Christie kwam bij mij tot stand via het kegelspel van de mannen. Het beeld keert terug, steeds zijn er minder mannen – tien kleine negertjes – en tenslotte was het er maar één. Dit deel van het verhaal wordt niet opgelost, dat hoeft ook niet, leven en dood gaan hand in hand verder in de bijna ongestoorde, arcadische dorpswereld, vol rituelen.
Het liedje tijdens de bruiloft vertelt volgen mij het motief, de vrouwen moeten het de mannen naar de zin maken en de liefde gaat door de maag. De revolte is dan al aan de gang. De vrouwen willen de situatie veranderen. We zien de ene man na de andere in het ziekbed belanden. Per ongeluk worden ook anderen vergiftigd. Een snoepend jong meisje en een kat gaan per ongeluk dood. De zwakken redden het niet, lijkt de film te zeggen. Ik zag verschillende spreekwoorden. Niet te missen was de grote vis die de kikvors verslindt en die even later door de visser wordt geslacht.

In groot bestek gaat de film over het leven, de hardheid, de concurrentiestrijd en de veranderingen die zich opdringen. De mp3-speler, de magnetron en aan het eind de straaljager die onwaarschijnlijk laag door het dorpsgebied scheurt. De stabiele factor, een toeschouwende god bijna, is de man die voor zijn huisje zit, alles ziet en de hik heeft. Hij zou een metafoor kunnen zijn voor de polsslag van de wereld. En dan de politieman, is hij degene die alles ziet, ook wel begrijpt, maar ook een overheid met het motto laisser faire? En zal dit alles uiteindelijk leiden tot een apocalyps?

De film eindigt in mineur. Het gaat hard regenen, het is donker, en regisseur kiest op het laatst de uil. De vogel der doden.

LOS AMANTOS DEL CIRCOLO POLAR een film van Julio Medem

door Zoe D. Cochia

Een snijdend geluid van wind met op de achtergrond een neutraal beeld. Is het de lucht, het water of ijs? Die eerste impressie kondigt een raadselachtig verhaal aan dat nergens anders dan op de aarde gebeurt. En dat wordt bevestigd door de nostalgische, maar schertsende noten van een oud Spaans liedje die aan de koude tempeestgeruchten, een warme humane tint toevoegen. Zo speelt de generiek zich af van de film “Los amantes del Circolo Polar” van Julio Medem.
Is het begin of het einde? Deze vraag komt opeens op en doet me gelijk denken aan “Hukkle”van Gyorgy Palfi met een verwant beeld aan het eind van de film. Voordat je antwoord krijgt word je meegesleurd naar een volgende fase. De regisseur Julio Medem zoomt uit vanuit het illusoire beeld van bijna niets naar aanvankelijk onbegrijpelijke voorwerpen en dan naar het wrak van een klein vliegtuig waarop Mesajero Aero staat. Ook de muziek verandert en wordt ingetogen.

Het objectief van de camera verplaatst zich naar de menselijke donkere opening in het regenboogvlies van het oog. Het oog van een van de hoofdpersonages – ZIJ.
Daardoor nemen we aan dat het vliegtuig deel maakt uit een foto in een krant, een krant die binnen een paar seconde de lucht in vliegt, kwetsbaar als het leven dat aan een dunne draad hangt. Het lijkt alsof de ene ramp een andere ramp met zich meebrengt.

De metaforische voorstelling van de krantpagina’s in de lucht wordt trouwens vaker in de filmkunst gebruikt. Ik probeer me beelden voor de geest te halen uit de films die tijdens de cursus vertoond zijn, bijna zeker wetend dat ik dit ergens gezien heb. In ieder geval heb ik het in de film “Cicade de Deus” van Fernando Mireilles gezien.

Ik pak de draad weer op van “Los amantes del Circolo Polar” – we maken kennis met een ander hoofdpersonage, een HIJ, rennend naar de plek van het ongeluk. Maar, evenwijdig rennen we door HAAR gedachtewereld, zonder krant, op een trap, naar boven, een gedachtewereld die een verbeelding vormt van hoe de ontmoeting tussen de twee geliefden had kunnen zijn.

Het zijn beelden die in de film terug zullen keren aan het eind.

Soortgelijke scènes waarin het symbolisch “rennen”, zoals op de trap, zoals buiten, toegepast wordt, zijn te zien in “Lola Rennt”, maar ook in “Suzhou River”.

Rennen we voor de angsten en rennen we de verlangens achterna?

Gaat het over onze onvoltooide dromen? Een synchroniciteit van gebeurtenissen zonder gemeenschappelijk snijpunt?

Filosofische vragen die verwijzen naar de verbinding tussen het lot van de mens en het toeval of hazard, tussen het innerlijke verband van twee met elkaar vertrouwde zielen en de behoefte in de psyche van het individu. Deze vragen zullen de mensheid altijd fascineren. Het zijn vragen die Jung al geprobeerd heeft te beantwoorden door tegen de empirische wetenschap in te gaan en zich te verdiepen in de ordelijke onderstroming van het heelal. Vandaag de dag zien ook wetenschappers de basis van de gelijktijdigheid binnen het kwantum natuurkunde, de theorie van chaos of de fractal meetkunde.

Deze vragen herhalen zich elke keer in films zoals “Suzhou River” ( Lou Ye), “Code 46”(Michael Winterbottom), “Hukkle”(Gyorgy Palfi), “Volver” (Pedro Almodóvar) of “Lola rennt”(Tom Tykwe). En zelfs in de eerste korte films die we gezien hebben.

Behalve dit hebben deze films veel gemeenschappelijk. Het zijn films die gaan over spiegelingen, leven en dood, over liefde, de geliefden en hun (innerlijke) interactie, over familierelaties, over incest die soms onbewust plaatsvindt. Al deze elementen zijn op een tragikomische manier samengebracht in deze films. Vaak is het levenslustige en het droevige krachtig uitgebeeld met behulp van natuurverschijnselen: vuur en zonnestralen, regen en storm, sneeuw en water.

Zoals de films die ik heb ervaren, zo wordt naar mijn gevoel ook mijn tekst. Versnipperd door associaties en denkbeelden, probeer ik me aan de matrix te houden? Door wiens ogen kijk ik? Door de mijne, die van de wisselende personages, of van de regisseur? Het wisselt en soms ben ik er niet helemaal zeker van.

Maar back to the hoofdfilm, de regisseur laat de toeschouwer eerst het verhaal van Otto horen en later zien.

Otto, filosoferend voor een zonsopgang, identificeer ik gelijk met Caspar David Friedrich, Duits schilder en vertegenwoordiger van de romantiek, waarin “intimiteit, spiritualiteit, kleur, het streven naar eeuwigheid van grote waarde zijn” (citaat Charles Baudelaire).

We worden terug in tijd geworpen op het schoolplein, naar die dag die het begin van een liefdesverhaal is. Een bal die de lucht in gaat lijkt het begin van een gelukspel te zijn. Een bal met veel mogelijkheden en richtingen, precies als de bal in ““Lola rennt”. In beide films gefilmd vanuit vogelperspectief en aan het begin van het verhaal. In dit geval wijst de bal de weg naar Ana, naar de ontmoeting met het andere geslacht. Dit moment wordt geaccentueerd door een cutshot gemarkeerd door een wit verblindend licht.

Een wit licht dat door het hele verhaal zal weerkeren, zoals rood aanwezig is in “Volver”.

Otto met zijn vader in de auto, dat is een scène van groot belang. Het is het sleutelmoment waarop Otto door zijn vader op het leven wordt voorbereid. Het verschil tussen de twee generaties is zichtbaar, en wordt in de details van hun gesprek onderstreept. Vader houdt van koud, daardoor kan hij de lente het meest waarderen, terwijl de zoon alleen van warm houdt. Achter deze eenvoudige frasen verschuilen zich menselijke wijsheden. Alles is van een efemerisch bestaan.

Het gesprek wordt onderbroken door het beeld van Otto’s moeder die een kropsalade uit het water haalt. Onbelangrijke elementen uit ons leven blijken later van grote betekenis te zijn en worden bijna heilige symbolen voor iemand waarvan we houden. Zoals het roosplakkertje op het been van de “zeemeermin” in “Suzhou River”.

Wie zou bedenken dat een krop salade een rol zou kunnen spelen? En dat een auto in deze film levens zal veranderen.

Alles raakt buiten de tijdsgrenzen als je vergeet benzine te tanken, zoals de vader zegt. En dat maakt de zoon ook mee, kijkend naar de benzinemeter. Hij krijgt een flashback in tijd.

De vader kondigt aan dat zelfs de liefde het niet eeuwig kan volhouden en dat hij van Otto’s moeder zal scheiden. Op dat moment voel je de spanning stijgen totdat het “rode, warme, toevalsbus” hun weg kruist – een botsing, bijna-botsing – en de zoon van de schrik zijn vader slaat. Dat is de weerspiegeling van een latere situatie waarin de oude vader zijn volwassen zoon zal slaan. Want geweld is soms een kreet van pijn!

Dezelfde bus neemt in “Lola Rennt” de vorm van een ambulance auto aan en symboliseert de grens tussen leven en dood. Deze grenzen tussen leven en dood komen in “Code 46” voor als gebiedsgrenzen tussen rijkdom en armoede.

Tussen alle scheidingen tussen mannen en vrouwen op aarde, belanden we in de microkosmos van een scheuring tussen één man en één vrouw. De trivialiteit van zo’n gebeurtenis krijgt in een kleine wereld immense, dramatische dimensies.

De regen en de tranen van een moeder herenigen zich in de herinneringen van de latere, volwassen Otto. Water, water en weer water, ramen die zelf open gaan, storm en donder, bovennatuurlijke verschijnselen, het zijn allemaal mythische elementen die we, behalve in deze film, ook in “Suzhou River” ( Lou Ye), “Hukkle”(Gyorgy Palfi), “Volver” (Pedro Almodóvar) of “Lola rennt”(Tom Tykwe) tegenkomen.
Zouden ze allemaal geïnspireerd door Tarkovsky kunnen zijn? Of is het gewoon toeval?
Het verschil met Tarkovsky is dat de zojuist genoemde films een veel realistischer impact op de toeschouwer hebben. Nu ik toch in de buurt van Tarkovsky ben, zou ik willen noteren dat “Los amantes del Circolo Polar” van Julio Medem me aan “De spiegel” doet denken.
Ik herken de ontroostbare, spirituele en toch vleselijke liefde van een zoon voor zijn moeder, het innerlijke gevecht van een man om het schuldgevoel en het imago van zijn moeder los te laten en de worsteling totdat een man zijn vrouwelijke geliefde kan accepteren voor wie ze is.

Het silhouet van de moeder in “Los amantes del Circolo Polar” verschijnt als een schaduw tegen het witte licht en tegen een beschilderde muur waarop het bos en de bomen Otto terugvoeren naar het verleden. De moeder van Otto komt niet vaak in beeld, maar juist door haar geest zo subtiel en fragiel te schilderen, maakt Julio Medem, via Otto, een poëtische liefdesverklaring aan zijn moeder.

Gedurende een kort moment krijgen we de volwassen Otto weer in beeld, in zijn kleine vliegtuig boven bossen en water. Hoe zal deze reis eindigen? vraagt hij zich af.

Het is een vluchtig intermezzo, want we keren terug in de klas van Otto. We begrijpen in de context van de scène waarmee Otto zich bezighoudt: hij is betoverd door het andere geslacht en nieuwsgierig naar de verschillen?

Zijn vraag heeft hij op vellen uit een schrijfblok geschreven en met een mooi gebaar in de vorm van kleine vliegtuigjes naar de wereld gestuurd. Een prachtig, strak, zinnebeeldig tafereel tussen de aarde en de blauwe hemel, een tafereel dat de eeuwige droom van de mens om te vliegen in beeld vertaalt, letterlijk en figuurlijk. Maar niet alle dromen overwinnen de drempels zoals hier de ijzeren bogen van de poort en de grenzen die de poort stelt . Lang niet alle dromen bereiken het eindpunt. Kans of niet, een van de papieren vliegtuigjes bereikt zijn bestemming. Zal Otto een antwoord op zijn vraag krijgen?

Het is de levensvraag die ook de andere films stellen.
Vooral Gyorgy Palfi in “Hukkle” zet de oneindigheid tussen het mannelijke en vrouwelijke geslacht krachtig in beeld/licht.

VAnaf het moment dat de vraag gesteld wordt begint de film in een sneller tempo te stromen en als toeschouwer voel je steeds meer vertrouwd met de omgeving en met de koers van de reis. De stukjes van de puzzel lijken op hun plaats te gaan vallen… Maar voor hoe lang?

Weer zien we Otto in de lucht als volwassene. Het kind in zichzelf herinnert zich die regendag waarop zijn droom waar werd. Hij maakt kennis met Ana in de auto van zijn vader.
Het is tijd om ook naar het verhaal van Ana te luisteren en kijken. Want ook in deze hoofdfilm worden de verhalen vanuit verschillende perspectieven vertelt en verbeeld, net zoals in “Suzhou River”, “Lola rennt” of “Code 46”.

Ana, als volwassen vrouw heeft een romantische geest die heilig in het toeval gelooft. Iets wat ze als klein meisje al had.

Terug in tijd maken we deze keer kennis met de kleine Ana, die op een dag de verschrikkelijke boodschap van haar moeder hoort: Ana’s vader is dood! Daarin gelooft ze niet, ze ontvlucht de werkelijkheid (het motief “rennen”zien we dus terugkeren) en door toeval komt ze Otto tegen (de scène uit het begin van de film wordt herhaald maar vanuit andere perspectief).
Otto blijft een tijd in de geestwereld van Ana de weerspiegeling van haar overleden vader. Want we hebben altijd iets nodig om onze dierbare in leven te houden, ook als ze dood zijn, tot het moment dat we rijp zijn om ze naar een andere dimensie te laten gaan.

We worden herinnerd aan een van de wijsheden van de film: als de benzine op is dan raakt alles buiten de grenzen van tijd en ruimte. En dat is ook van toepassing in het geval van Ana’s vader dood.

In “Los amantes del Circolo Polar” hebben we te maken met een continu rouwproces van alle hoofdpersonages, (zoals ook in de andere films) – Otto die de scheiding van zijn ouders moet verwerken, dan dezelfde Otto die later het verlies van zijn moeder en geliefde zal moeten verwerken, Ana met het verlies van haar vader en haar onvoltooide relatie, Otto’s vader die ontroostbaar in de steek gelaten is door Ana’s moeder is zo kan de lijst maar doorgaan.

Het leven heeft haar wiskundige formule bepaald en slaat toe om een vast gerekende cyclus. en volgens een onbekende maar wellicht vast berekende cyclus slaat het lot toe, hier met voorspoed, daar met rampen.

Maar ook mens heeft zich aangepast aan deze regel van het universum. Dat nemen we ontroerd waar bij Ana, wier overlevingskracht bijna bovennatuurlijk is. Onbewust van haar krachten kan het kind haar moeder steunen en haar op een positief pad sturen.

Ook het raadsel van de aanwezigheid van Ana en haar moeder in de Otto’s auto wordt ontraadseld.

Het ene papieren vliegtuigje dat aan de vrouwelijke kant van de school beland, wordt juist door Ana gevonden. Ana’s monologue intérieur maakt ons bewust dat haar gedachtewereld behoorlijk ontwikkeld is. Ze deelt haar vondst met haar moeder en ze heeft de macht, bewust of niet, om haar moeder aan haar toekomstige man te koppelen. Als het blijkt dat het papieren vliegtuig van Otto afkomstig is, raakt Ana steeds meer vertrouwd met het idee van toeval.

De volgende scènes zijn logisch af te leiden en daarom in een snel tempo gepresenteerd.

Wat belangrijk is, is dat de ontmoeting van Ana en Otto de echo van hun dromen en behoeften bevestigt in een meetsysteem dat zich spiegelt in de palindromen van hun namen.

De seizoenen veranderen, lente wordt zomer, Ana flirt verder via Otto met haar vader, Otto ontvangt de golven, reageert juist en intussen krijgen de twee ouders een verhouding met elkaar. En dat alles kijkend in de auto van Otto’s vader.

We zijn op het moment gearriveerd waarop we weer vanuit Otto’s perspectief gaan kijken.
De perspectieven lijken naar elkaar te groeien, ze komen dichter bij elkaar, de ongehoorde woorden van Ana beginnen leesbaar te woorden, de omgeving is vertrouwd voor beiden kinderen en Otto is verliefd.

Op het moment dat alle veranderingen – nieuwe baan, nieuwe auto, samenwonen, nieuw huis – na een paar scènes in dezelfde kleine ruimte worden aangekondigd– komt de rode bus weer in beeld. Zoals in “Lola rennt” waarin de ambulance auto ook terugkomt.

In “Los amantes del Circolo Polar” is de botsing met de rode bus een speciale cutshot, een schakel en sleutelscène naar een andere periode. De adolescentie.
De seksuele verlangens groeien met de dag. Otto kijkt tersluiks in Ana’s slaapkamer. c
Ana’s beeld in haar wit nacht japon, kijkend in de spiegel met de rug naar Otto toe brengt het beeld van Otto’s moeder in terug gedachte.
Otto’s monologue intérieur krijgt een respons. Ana doet de deur open…

De perspectieven waaruit we de film bekijken wisselen sneller af en we zijn weer in Ana’s gedachtewereld.
Het juiste moment voor Otto is aangekomen en hij kan nu het verhaal van zijn naam vertellen.
En dat is het moment waarop Ana afscheid van haar vader begint te nemen en naar Otto luistert.

Otto was de naam van een Duitse piloot die tijdens de Spaanse burgeroorlog met zijn parachute in een boom in een bos belande. Guernica was gebombardeerd, er waren tweeduizend doden gevallen; Duitse piloten waren de vijand. Het toeval deed zich voor dat de grootvader van Otto in de buurt was en dat hij de Duitse Otto redde. Een komische scène die indirect de krankzinnigheid van de oorlog toont en waarin de soldaat en zijn vijand een humane trek krijgen.

De Spanjaard zegt de hulpeloos in een boom hangende Duitser zijn pistool naar beneden te werpen. Vervolgens bevrijdt hij hem van zijn parachute en geeft hem het wapen terug in ruil voor sigaretten. Een onverwacht vreedzame deal zoals de deal in “Lola rennt waarin de zwerver de zak vol met geld teruggeeft en in ruil de pistool vraagt van het mannelijk hoofdpersonage. Bizarre compromissen zou je denken, maar waar het om draait in mijn visie is de intuïtie en het vertrouwen in de medemens.

Verder komen we te weten hoe de Duitser als waardering voor zijn redder hem met een Duitse vrouw koppelt en hoe – toevallig – de Duitser een Spaanse vrouw tegenkomt waarmee zal trouwen.

Na het luisteren van het verhaal beseft Ana dat Otto op haar verliefd is en haar gedachten krijgen eindelijk een stem. Ze wil ook verliefd op Otto worden.

Terug naar Otto’s perspectief. Weer Otto in het vliegtuig. Hij krijgt een flashback over de avond waarop hij samen met Ana Lapland heeft ontdekt. Nadat hij in een boek over Lapland (Spaans Laponia) een rendier ziet, krijgt hij een gevoel van verbondenheid met het rendier. Dit kan erop wijzen dat hij een man aan het worden is en dat hij een bepaalde parallelle tijd, verleden of toekomst, in zijn bloed herkent.
Otto verhuist naar zijn vader en zo krijgt de relatie tussen hem en Ana een ultieme climax. Dit hoogtepunt hangt samen met de natuur, want het is eigenlijk het creatieproces, turbulent als de wind en voltooid als een volle maan.
Maar als het alles op rolletjes loopt, vindt Otto, die intussen volwassen is, op een dag zijn moeder dood in haar keuken. Medem is alweer een subtiele observateur van de dood.
Een vlieg op een witte achtergrond, de stilte van het huis, het wind die zacht door het raam van de slaapkamer binnenkomt, de langgerekte muzikale noten en de op en neer gaande deur, dat alles kondigt de dood aan.
De verse salade die we in het begin van de film zagen is nu verrot. Bij aanzien van dit wil Otto de werkelijkheid ontvluchten, maar dan roept het kind in zich zijn moeder. Hij keert terug en op het moment dat hij zijn moeder dood treft, schrikt hij en drukt op de ontspanner van de fotocamera die hij in zijn hand had. Het laatste foto is gemaakt. Met het geluid van het klikken schakelt de regisseur het beeld naar een andere tijd, verder in het verleden toen moeder en zoon nog gelukkig waren.
Een enorm schuldgevoel overrompelt Otto dat hij haar in de steek gelaten heeft; hij is helemaal verscheurd van binnen en het zien van de kist die de vlammen ingaat veroorzaakt een enorm drama. Hij wil niet meer leven maar elke keer lijkt het dat hij meerdere levens heeft.

De lens waardoor Ana kijkt van de laatste beschreven periode is anders, ze begint pas van Otto te leren houden en hem te waarderen voor wie hij is.
Door het perspectief van Ana te bekijken vergeten we even het grote drama dat gebeurd is en het lijkt dat de verhalen weer naar elkaar groeien. Uiteindelijk groeien ze een tijd uit elkaar.
In deze periode wordt Ana’s moeder nieuwspresentatrice en begint een verhouding met haar baas.

De puzzel die we dachten opgelost te hebben valt uit elkaar.
Vallen is angst en vliegen is hoop. Maar naar de eerste keer vallen staat de mens weer op.
Na het ongeluk van Otto, verlaat hij het huis van zijn vader. De zekerheid waarmee Ana door het leven tot nu toe ging wankelt opeens. Ze kan hem nergens meer vinden, zelfs in de donkerste hoek van Otto’s lege klerenkast. Door die donkere hoek stappen we in de werelden van Otto en Ana tegelijkertijd.

Ze zijn gescheiden van elkaar, maar toch zijn de innerlijke golven zo sterk aanwezig dat ze op een tweeling lijken.

Het is nu Otto’s tijd om zijn moeder te rouwen zoals Ana haar vader toen ze klein was.
De toevallen gaan door, op het eerste gezicht staan nieuwe gebeurtenissen los van elkaar, maar uiteindelijk ontstaat een verband dat de personages naar elkaar toe drijft. De cycli herhalen zich en wachten om weer toe te slaan.

Ana heeft een relatie van vier jaar met de leraar van Otto, ze wordt lerares, stapt uit haar relatie en beslist om naar Lapland te gaan.

Otto wordt piloot van Mesajerio Aeriana, hij heeft losse affaires met vrouwen, zijn relatie met zijn vader verbetert en hij wordt op de hoogte gebracht over het leven van Ana.
Ana vertrekt naar Lapland…Otto ontvangt het pakje, het wordt de aanleiding om naar Lapland te vliegen.

Het lijkt erop dat de twee geliefden elkaar zullen vinden, of toch niet? Het is midzomernacht. Ana zit aan de rand van het meer dat we al eerder in beelden hebben gezien. Een vliegtuigje gaat in de verte. Het beeld wisselt, we zien Otto, hij heeft een plek aan de rand van een bos en bij het meer op een kaart aangekruist. Die nacht komt Otto niet in de cabane waar Ana haar intrek heeft genomen. Zij besluit naar Rovaniemi, de hoofdstad van Lapland, te gaan. Otto moet uit zijn toestel gesprongen zijn; we zien hem in een boom hangen aan zijn parachute. Hij kan in de verte de auto zien passeren waarin (weet de toeschouwer) Ana zit. Otto wordt op zijn beurt door een Fin opgemerkt en losgemaakt. Deze weet dat Ana naar Rovaniemi is vertrokken en hij brengt Otto daarheen. Dan ontvouwen zich twee scenario’s. In het ene geval komt Otto in de flat van de man die door zijn grootvader gered was: de Duitse Otto en ontmoet dan Ana. Een happy end? Onmiddellijk volgt het tweede scenario. Opnieuw komen Otto en de Fin aan in Rovaniemi. Bijna botsen zij op een rode bus, die een manoeuvre maakt en een jonge vrouw in een witte jas aanrijdt. Otto vliegt erheen maar zij beweegt niet meer en we zien opnieuw indringend in beeld de ogen van Ana.

De eerste beelden waren van de poolcirkel en na alles wat er is gebeurd eindigt het daar ook weer. De Duitse piloot Otto is er samen met zijn Spaanse vrouw Christina heengegaan, Ana blijkt zijn kleindochter, Otto de kleinzoon van de Spanjaard die de oude Otto redde. Of het verhaal eindigt met geluk voor de jonge Ana en Otto is niet zeker. Zoveel en zo vaak heeft het toeval, of het lot toegeslagen, dat het niemand zal verbazen als het verhaal eindigt met een nieuw geval van dood en rouw.
De poolcirkel is niet de enige cirkel in de film, het begin en het eind nemen ons naar dezelfde ruimte. De namen van Ana en Otto zijn palindromen (dat wordt nog eens met zoveel woorden gezegd) en het begin van hun namen is dus gelijk aan het einde. Vanaf het begin weten de twee dat ze “voorbestemd” zijn. Dat zou iets zijn voor degenen die niet in toeval willen geloven. Tegelijkertijd speelt het toeval een grote rol in de film, zo groot dat het erop lijkt dat Menem er ook een beetje de draak mee steekt.
Zoals ik al eerder heb laten zien, de film gaat over meer dan het al dan niet bestaan van toeval, het gaat ook over een amour fou, een liefde die alles overheerst. Het gaat over verlies, rouw en hoe het leven weer verder gaat. Intussen is (zoals ik ook al eerder heb gezegd) niets in deze film zonder betekenis. Het vliegen, het vallen en zelfs de krop sla zijn metaforen.

Zoë Daniela Cochia


Niet als onderdeel van mijn beschouwing, maar als aardige toevoeging vond ik nog het volgende:

Lang geleden veranderde een vrouw haar oude zeehondenjas in een walrus. Ze zetten een gewei op zijn hoofd en liet hem daarna te water. Hij zag er uitstekend uit.
Daarna veranderde zij haar laarzen in een rendier. Het donkere deel werd de rug van het dier, terwijl het witte stuk zijn buik werd. De poten werden uit haar gordel gemaakte en het deel van de broek dat daaraan vastzat, werd gebruikt om de lendenstukken te vervaardigen. Tenslotte bracht ze een paar slagtanden aan in zijn hoofd. Hij zag er zeer goed uit en ze gaf hem de vrijheid.
Toen het rendier een mens tegenkwam, viel het deze aan en doodde hem met zijn slagtanden. De vrouw riep zowel de walrus als het rendier bij zich. Ze verwijderde de tanden uit de kop van het rendier plantte die in de kop van de walrus. Tegelijkertijd ontdeed ze de walrus van het gewei en zette dat op de kop van de kariboe. Ze haalde ook een paar tanden uit de mond van de laatste en platte zijn voorhoofd af door er een klap op te geven, zodat sindsdien zijn ogen uitpuilen. Op deze manier strafte ze hem wegens manslag. Toen zei ze tegen het rendier: "Je zult nooit meer in de buurt van de walrus komen en je altijd ver in het binnenland ophouden."